Ik klaag dus ik besta.

Ik klaag dus ik besta.

“Ik denk, dus ik besta.” Kunnen we dat niet beter veranderen in; “Ik klaag dus ik besta?”

Ik klaag dus ik besta.

Iedereen kent ze wel; de wereldberoemde woorden van de Franse filosoof René Descartes, ‘Ik denk, dus ik besta’.

Nuilen en klagen. Wat is dat toch voor vreemde eigenschap van die menswezens? Immers geen enkele andere diersoort houdt zich er mee bezig. Maar de mens, verheft het tot een kunst, door iedere dag wel ergens over te klagen.

Is het niet over het weer, dan wel over het gras dat niet snel genoeg groeit. Of de bus die amper een minuut te laat is. Waar haalt een plukje haar op het hoofd van een model het lef vandaan, om iets te verschuiven?
Laten we ook niet de banaan vergeten, die het vertikt om recht in een schap te gaan liggen. Of het vogeltje dat de gore moed heeft om in een boom bij u in de buurt te nestelen. En die wolk die ons eventjes het felle kankerverwekkende zonlicht bij 35 graden ontneemt? Schandalig!

Nee, er moet geklaagd worden, want daar is de mens een meester in!

Dieren zijn wat dat betreft veel meer ontwikkeld. Die klagen niet.

Zij houden zich niet met dat soort idiote tijd en energieverspilling bezig. Stelt u zich eens voor; Twee bijen die elkaar tegenkomen, en dat de ene bij tegen de andere begint te klagen: “Bah, wat heb ik vandaag toch een last van hooikoorts. En die bloem daar bij meneer Hage heeft bijna geen nectar meer. Zo is er toch geen lol meer aan om een raat vol honing te krijgen? “

Of een vogelpaartje dat hun nest vol jongen aan het voeren is. “Pfff, vandaag weer bijna alleen maar ruspen gevangen.”
-“Nee manlief, het zijn RUPSEN. Jezus leer je het dan nooit goed uit te spreken? Wat ben jij nou voor een voorbeeld voor je kinderen? Echt, je bent niet een van de slimste hoor.”

Wat te denken van de beer die in de bergen die vol hartenlust met zijn machtige klauw de ene zalm na de andere uit het water slaat. Hoor je die klagen dat het ‘alweer een verrekte zalm is’, en graag eens een stukkie tonijn voorbij zag komen?

Het konijn dat ontevreden is, omdat er geen sladressing over zijn klavertjes in de wei zit? De roddels die alle dieren onderling verspreiden over elkaar? Neen, dat alles is hen vreemd. Op zich is hun wereld benijdenswaardig.

Het zou me niets verbazen als ze ons stilletjes diep van binnen allemaal zitten uit te lachen…

Terug naar verhalen van Marco Pothuizen